“Wat verwacht God van ons? Daar gaat dit boek over. Het is een eenvoudige vraag. Maar is het antwoord ook zo eenvoudig? Waar draait het christelijk geloof om? Elke zondag naar de kerk gaan, bidden voor het eten en grove zonden vermijden – of verwacht God meer van ons? Ik ben christen – jij misschien ook. Maar wat betekent dat nu precies? Om christen te zijn, moeten we allereerst geloven dat Jezus Christus de Zoon van God is. Dat is beslist geen kleinigheid. Als dat waar is, verandert alles. Want als Christus God is, dan zijn al Zijn woorden en daden belangrijk voor de manier waarop wij leven. Tenminste, dat geloven we. Maar God verwacht meer.”
De vraag ‘Wat verwacht God van mij?’ is daarom een heel indringende vraag – niet alleen voor mij, maar voor iedereen die beweert Christus te volgen. Jezus heeft er veel over gesproken. Hij heeft ons inzicht gegeven in het karakter van God en in onze relatie met Hem, maar Hij sprak ook uitvoerig over Gods verwachtingen, onze waarden en hoe wij in de wereld moeten leven. Hoe moeten we leven? Welke relatie moeten we hebben met een heilige God? Wat vraagt God nu werkelijk van jou en mij? Meer dan geloof, en zelfs meer dan zelfverloochening. God vraag alles van ons. Van degenen die Hem volgen, vraagt Hij dat zij hun leven volkomen aan Hem toewijden. Christus vraag ons zelfs met Hem samen te werken om onze wereld te veranderen, zoals Hij tweeduizend jaar geleden zijn twaalf leerlingen heeft opgeroepen hun wereld te veranderen.”
Zo begint dit aangrijpende boek. Het was een van de (vele) boeken die ik gelezen heb, toen ik op vakantie was. Ook ik, die door Gods genade mag zeggen christen te zijn, heb soms mijn onzekerheden ten aanzien van kerk en geloof. Dat soort dingen zijn niet altijd vanzelfsprekend. Tenminste, niet bij mij. Ik twijfel niet (meer) aan God, aan Zijn bestaan, aan Zijn liefde voor mij. Want dat wordt elke keer opnieuw bevestigd! Maar soms wel aan de ‘religie’ eromheen. En ik denk dat onrust niet verkeerd is, want je gaat opnieuw zoeken naar antwoorden op je vragen. Die je soms wel, soms ook niet, soms op een hele andere manier krijgt dan je had gedacht of gehoopt. Ik denk dat dit boek mij wel antwoorden geeft, alleen is het de vraag wat ik daarmee doe.
Ik kan natuurlijk niet heel het boek hier overtypen, maar wil hierbij enkele passages citeren:
“In Jezus’ aangrijpende onthulling van Zijn identiteit als Messias, in Lukas 4, horen we dat Hij gekomen is ‘om aan armen het goede nieuws te brengen’ (vs 18) We hebben gezien dat als iemand beweert Hem te volgen, hij door Jezus wordt beoordeeld op grond van zijn hulp aan mensen in nood. We hebben gehoord dat onze zorg voor anderen in feite zorg voor Jezus is; Hij identificeert zich met de minsten en de laatsten. Er is geen ‘volledig evangelie’ zonder barmhartigheid en gerechtigheid voor de armen. Zo simpel is het.
De vraag is nu: hebben we in de eenentwintigste eeuw dit eenvoudig, maar belangrijke onderdeel van het evangelie over het hoofd gezien?”
“Mattheus 25: 31-46. Dit is weer zo’n gedeelte dat we graag uit onze Bijbel zouden knippen. We geloven veel liever dat onze redding afhangt van de juiste woorden en de juiste dogma’s, niet van onze zorg voor de armen. Waarom is het voor ons in de eenentwintigste eeuw zo ontnuchterend om dit gedeelte te lezen? Komt het te dichtbij? Ik neem de vrijheid om deze verzen voor de hedendaagse lezer te vertalen:
‘Want Ik had honger, terwijl jij alles had wat je nodig hebt. Ik had dorst, maar jij dronk water uit flesjes. Ik was een vreemdeling, en jij wilde Mij uit het land zetten. Ik had kleren nodig, maar jij had nog meer kleren nodig. Ik was ziek, en jij wees Me op het gedrag dat tot mijn ziekte leidde. Ik zat in de gevangenis, en jij zei dat Ik kreeg wat ik verdiende. (vertaling Richard E. Stearns)”
“Voor de echte geloofsreis moeten onze keuzes, onze daden en alle andere dingen in ons leven onderworpen worden aan Gods wil. Het is een levenslang proces voor een christen. Geloof is het begin. Ja, we moeten geloven dat Christus van ons houdt, maar Christus roept ons ook op om Zijn liefde aan andere te laten zien door goede dingen te doen, die de Bijbel ‘goede werken’ noemt. Geloof zonder werken is geen geloof. Oprecht geloof uit zich in hulp aan anderen en is doordrenkt van persoonlijke opoffering. Er hangt een prijskaartje aan.”
“Als God alleen perfecte mensen zou gebruiken, zou er niets gebeuren. God gebruikt iedereen die zich beschikbaar stelt. Rick Warren”
“Leef alsof Christus gisteren is gestorven, vanochtend is opgestaan en morgen terugkomt. Maarten Luther”
“Christus heeft geen lichaam op aarde, behalve dat van jou,
geen voeten, behalve die van jou,
geen handen, behalve die van jou,
Het zijn jouw ogen die Christus’ medeleven
voor de wereld moeten uitstralen;
het zijn jouw voeten waarmee Hij gaat om goed te doen;
en het zijn jouw handen waarmee Hij ons nu moet zegenen.
Theresia van Avila”
“Laat mijn hart gebroken worden door de dingen die Gods hart breken. Bob Pierce”
“Ben je bereidt je open te stellen voor Gods wil in jouw leven?”
Ik heb het boek nog niet uit. Sterker nog: ik wil het niet te snel lezen, maar elke keer dingen tot mijn door laten dringen en er over nadenken. De laatste vraag (Ben je bereidt je open te stellen voor Gods wil in jouw leven?) en de vraag: ‘Wat vraagt God van ons? Alles.’ hebben opnieuw diepe indruk op mij gemaakt. Want wil ik wel alles doen wat God van mij vraagt? Of heb ik eigenlijk een lijstje voorwaarden voor mijn ‘Werkgever’: als het maar niet… ; als ik maar wel … ; als ik dit of dat maar niet weg hoef te doen. En zittend op de rotsen bij de zee bij Oubos, kwam ik tot de conclusie dat ik vast zit: aan mijn werk, aan mijn spullen, aan mijn mensen. Kan, durf of WIL ik me echt open te stellen voor Gods wil in mijn leven, wat dat dan ook kost?
P.S. Lees het boek ‘Het gat in ons Evangelie’ van Richard Stearns en je ogen zullen (opnieuw) voor een stuk van het Evangelie geopend worden!